• Never waste a good crisis!

    by  • 8 juli 2012 • Disruptieve Museum • 1 Comment

    Afgelopen voorjaar werd ik gevraagd om een column te schrijven voor het blad Museumpeil. Het moest gaan over ‘cultureel ondernemerschap’. Ik schreef die column ruim voor ik directeur werd van het Rijksmuseum Twenthe en ook ruim voor het Rijksmuseum Twenthe zo’n negatief advies kreeg van de Raad voor Cultuur waardoor het in grote problemen kwam (zie ook: Een paleis van Doornrosje in Enschede?) Hoe passend is het nu voor onze eigen situatie?

    Foto: de verbouwing van de nieuwe entree van het Rijksmuseum Twenthe is in volle gang!

    Never waste a good crisis!

    800 woorden kreeg ik. 800 woorden om iets prikkelends te zeggen over musea en ondernemerschap. Maar wat kun je zeggen over ondernemerschap in 800 woorden? Ik moest denken aan die brainstorms waarvoor ik de laatste maanden gevraagd ben. Brainstorms over ondernemerschap in museum x, y en z. Die bijeenkomsten volgden een vast patroon. Telkens dwaalden de deelnemers af naar de inhoud van het museum en telkens probeerde de gespreksleider de discussie terug te brengen op geld verdienen. Telkens ook eindigden deze gesprekken nogal onbevredigend voor het organiserende museum. Het financiële ei van Columbus werd niet gevonden. Als je even doordenkt dan is het volstrekt logisch. Een museum dat geld wil verdienen en niet van de inhoud of de producten uitgaat snapt niet wat ondernemen is. Want waar verdient een onderneming geld mee? Juist, met producten en diensten. Ondernemen gaat over waarde toevoegen en die waarde verkopen. In een museum is dat heus niet anders dan bij een fabriek of een winkel. Het probleem is dat musea tot voor kort zelden hoefden na te denken over de verkoop van gecreëerde waarde. Musea redeneren vanuit hun eigen vakgebied. Voor hen spreekt de waarde van een tentoonstelling over een bepaalde kunstenaar of over een historisch fenomeen vanzelf. Het ís belangrijk! Maar de vanzelfsprekende waarde van de curator hoeft niet de waarde te zijn waar het publiek voor wil betalen.

    De Museumvereniging heeft vorig jaar een boekje uitgebracht waarin de waardes die musea creëren staan opgesomd. ‘Meer dan waard’ is de titel van de publicatie en er worden vijf waarden genoemd waarmee je je lokale wethouder om de oren kunt slaan: collectiewaarde, verbindende waarde, educatieve waarde, belevingswaarde en economische waarde. Er staat geen onwaar woord in de publicatie maar toen ik het las had ik het gevoel dat de essentie ontbrak, want zelfs bij de economische waarde wordt vooral de nadruk gelegd op het effect van je museum voor de omgeving. De nadruk ligt bijvoorbeeld op de vraag hoeveel de ondernemers rond je museum aan jou verdienen. Maar wat verdient het museum er zelf aan? Is dat ondernemerschap? ‘Meer dan waard’ is vooral bedoeld om duidelijk te maken dat overheden hun subsidies moeten blijven geven. Musea zijn hun subsidie immers ‘meer dan waard’.

    ‘Meer dan waard’ is een volstrekt begrijpelijke publicatie voor de belangenorganisatie die een museumvereniging is. Maar het knaagt dat de achterliggende problemen onbenoemd blijven. Want laten we wel wezen, het publiek is al jaren niet bereid om de museale kostprijs te betalen. Musea kunnen bestaan omdat de overheid er een algemeen belang in ziet. Met kunst, cultuur en musea kun je mensen verheffen, zo is de gedachte vele tientallen jaren geweest. Daarom ook was educatie zo belangrijk. Kennis was macht. Maar de mensen van de jaren vijftig zijn niet de mensen van de jaren tien. We zijn onnoemelijk veel beter geïnformeerd. Met de klik van de muis hebben we toegang tot meer informatie over Rembrandt dan de beste wetenschapper dertig jaar geleden in een lang leven kon vergaren. Data en kennis hebben voor ons een heel andere waarde dan ze voor onze ouders en grootouders hadden. Het kan niet anders dan dat dat grote invloed heeft op het museum als kennisinstelling en als autoriteit. Vroeger kon je als museum een tentoonstelling organiseren omdat je zei dat het een belangrijke kunstenaar was. Nu moet je het aantonen. De oude waardes worden in de nieuwe eeuw niet meer voetstoots aangenomen. Kunst en cultuur staan ter discussie en ook de vaste grond onder de voeten van veel musea dreigt te veranderen in drijfzand.
    Maar museumdirecteuren zijn niet dom, je ziet dat ze de bakens aan het verzetten zijn. Ze realiseren zich dat als je toegevoegde waarde wilt creëren dan moet je weten in welke behoefte die waarde voorziet. Dat heet relevantie of we noemen het urgentie. “Waarom doe ik dit, voor wie en wat is überhaupt mijn bestaansgrond?” Pas als je over behoeftes en urgentie na gaat denken begint het werkelijke ondernemerschap en dat is geen vloek voor de sector maar een enorme kans.

    ‘Never waste a good crisis’ is een motto waar politici en economen zich in barre tijden graag aan vastklampen. Laat dit ook de strijdkreet voor musea zijn. Want de samenleving dwingt ons om na te denken over draagvlak en over werkelijke behoeftes. Dat dwingt ons tot ondernemersschap en ondernemerschap leidt tot vernieuwing. En ik ben er zeker van dat die vernieuwing of innovatie een inhoudelijke zegen zal zijn voor kunst, cultuur en musea.

    One comment on “Never waste a good crisis!

    1. Irmgard Bomers on said:

      Herkenbaar verhaal. Met zo’n insteek gaat RM Twente het wel redden. Succes!

    Geef een reactie

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

    6.660 Spam Comments Blocked so far by Spam Free Wordpress

    De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>