• Musée de la Musique is als snoepwinkel

    by  • 30 november 2011 • Peter en ik (columns) • 0 Comments

    Soms zegt een beeld meer dan duizend woorden. Het blije gezicht van een vioolbouwer die een Stradivariusviool mag onderzoeken, is zo’n beeld. Hij had de dag van zijn leven, en hij niet alleen. Het vond plaats in het Musée de la Musique in Parijs.

    Peter, mijn vaste museummaatje, was verhinderd en daarom ging ik alleen mee met de Nederlandse Vereniging van MuziekinstrumentenMakers (NVMM). Geen gewoon uitje maar een weekend naar Parijs voor het instrumentenmuseum samen met fluitenmakers, vioolbouwers, gitaarbouwers, een klavecimbelbouwer, een pauken- en historische blaasinstrumentenbouwer en een orgelbouwer. De fluitenbouwer uit Amsterdam had alles prima georganiseerd. We verzamelden in de lobby van het hotel en liepen op een frisse maar zonnige zaterdagochtend langs een kanaal naar een oude treinovergang vlakbij. We staken het kanaal over en liepen naar Parc de La Villette. In het park bevindt zich het Cité de la Musique, bestaande uit een concertgebouw, conservatorium, instrumentenmuseum, theater, cultureel centrum, café de la Musique en meer. Het meest opvallende en grootste gebouw is een 19e-eeuwse markthal van glas en metaal die modern is verbouwd. De meeste gebouwen zijn modern met een strak ontwerp. Zo ook het gebouw van het Musée de La Musique.

    Blokfluit van kristal
    Een jonge violist leidde ons in het Engels rond. Hij droeg een versterker met zich mee zodat we geluidsfragmenten van de instrumenten konden horen. Ons werden de topstukken van het museum getoond, waaronder mooi beschilderde klavecimbels van beroemde bouwers als Bartolomeo Cristofori en Ioannes Couchet uit de laat 16e en de 17e eeuw. Een contrabas van wel drie meter hoog die je met een strijkstok en handgrepen op de bas, boven je hoofd, bespeelt. Maar we zagen en hoorden ook een piano waar Chopin op heeft gespeeld, een doorzichtige blokfluit gemaakt van kristal en de Stradivariusviolen. Tijdens onze tour liepen we langs een groepje muzikanten die “oude” instrumenten bespeelden. Het waren conservatoriumstudenten die repeteerden op kopieën van de instrumenten uit het museum.

    De moderne gitaar
    We bewonderden ook gitaren van beroemde bouwers als Bouchet, Santos Hernandes, Antonio de Torres en Simplicio. Alle vier bouwden Spaanse gitaren. Bouchet leefde van 1898 tot 1986 en woonde in Parijs. Bijzonder is dat hij een impressionistische schilder was en pas op zijn 48e gitaren ging bouwen. Eigenlijk pas nadat hij met pensioen ging, ging hij topgitaren bouwen. De Spanjaard De Torres is een zeer bekende bouwer omdat hij rond 1850 de moderne gitaar heeft vormgegeven, de gitaar zoals we die vandaag nog steeds kennen. Hij zorgde ervoor dat de body van de gitaar niet meer 8-vormig werd gebouwd maar dat de ene curve, het achterste deel van de body, groter werd dan het voorste deel van de body waar de hals aan vastzit.

    Een spannende Hitchcock film
    Onze tour door het museum leidde ons langs een oude mengtafel uit een muziekstudio van de jaren ’50. Het zag eruit alsof het uit een oude Star Trek film kwam. We kregen uitleg over een regaal, een klein soort orgel. En we luisterden naar een theremin, een elektronisch instrument dat eruit ziet als een radio met een horizontale en een verticale antennes. Door je handen te bewegen tussen de antennes kan je de tonen beïnvloeden die klinken als een zingende zaag. Het soort muziek dat prima past in een spannende Hitchcock film. De rondleiding was uiteraard te kort voor de instrumentenbouwers. Tijdens de rondleiding werden ze continu verleid door andere pareltjes in het museum, zoals kinderen in een snoepwinkel. Maar waar het de bouwers eigenlijk om ging, zou die maandag gaan gebeuren. Ze hadden hun verlanglijstjes al ingeleverd.

    Het alarm werd uitgezet
    Op maandagochtend werden de bouwers in kleine groepjes opgedeeld en kregen een rondleiding in de reparatieateliers. Het Musée de la Musique heeft ook een onderzoeksfunctie en is verplicht om dat met het publiek te delen. De medewerkers van het museum stonden deze dag, die gesloten was voor het publiek, geheel tot de beschikking van de bouwers uit Nederland. Na de lunch werd het echt spannend. Het alarm van het museum werd uitgezet, de beveiligers kwamen naast de vitrines staan, draadjes werden doorgeknipt en de instrumenten werden, keurig met handschoenen aan, door de medewerker uit de vitrines gehaald. In het atelier kregen de bouwers alle tijd om de instrumenten te bestuderen. Zo kreeg een gitaarbouwer een gitaar van de beroemde gitarist Django Reinhardt in handen. Een andere bouwer kon de gitaren van Simplicio en Hernandes bestuderen. En kreeg de vioolbouwer de Stradivarius van 5 miljoen euro voorgeschoteld. Na afloop was bij de bouwers de glimlach niet van hun gezicht af te slaan.

    Peter Cornelissen en Nynke van Hurne bezoeken musea. Nynke doet verslag. Iedere twee weken een aflevering op deze site.

    Geef een reactie

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

    * Copy This Password *

    * Type Or Paste Password Here *