De Naakte Waarheid

De Naakte Waarheid

2019-04-26T13:41:37+00:00

In het voorjaar van 2013 reed ik met conservator Paul Knolle dwars door Nederland en Vlaanderen, naar het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen. Met de Antwerpse museumdirecteur Paul Huvenne hadden we kort daarvoor drie prachtige tentoonstellingen gepland voor ons Rijksmuseum Twenthe in Enschede. Achtereenvolgens zouden we in 2013 en 2014 de belangrijkste meesters van het Vlaamse expressionisme, de Vlaamse barok en de Vlaamse primitieven laten zien. We begonnen met de 20e eeuwse expressionisten, vervolgens exposeerden we de 17e eeuwse barok en we eindigden met de 15e eeuwse ‘primitieven’. Een drieluik dus waarmee we steeds verder teruggingen in de tijd.

Tijdens die autorit bedachten we vrolijk een hele serie meer en vooral minder realistische plannen. Het meest vergaande idee was een tentoonstelling over zes eeuwen Europese schilderkunst aan de hand waarvan we de Europese geschiedenis wilden belichten. 

Kunstgeschiedenis als cultuurgeschiedenis. Immers, voor ons was en is de kunst niet iets dat los staat van de ontwikkelingen in een samenleving maar een heldere belichting ervan. Documenten en geschiedenisboeken vertellen je over wat er voorviel en wat er gebeurde, maar de kunst helpt je te begrijpen hoe mensen dachten, wat ze belangrijk vonden en waar ze naar streefden. Als de menselijke verbeelding eruit bestaat dat wij vorm en betekenis geven aan de wereld om ons heen dan is de kunst één van de meest vrije en associatieve vormen van die verbeelding. 

Rembrandt Harmensz. van Rijn, Diana badend, ets, ca 1631 – Teylers Museum, Haarlem

Maar hoe vertel je met pak hem beet 100 kunstwerken hét verhaal van Europa sinds de late middeleeuwen? Wanneer je kunst als een reflectie beschouwt of misschien beter een vergrootglas van een tijd dan grenst de ambitie om zes eeuwen Europese geschiedenis aan de hand van kunst te laten zien aan overmoed. De doorbraak kwam in 2016 toen ik de Duitse filosoof en historicus Rüdiger Safranski hoorde spreken op een symposium over de Europese cultuur en deze definieerde met wat hij noemde de ‘uitvinding van de sceptische individu’. Daarmee bedoelde hij de westerse mens die geestelijke en fysieke vrijheid nastreeft en voor zichzelf ruimte opeist om overal vraagtekens bij te plaatsen. Een vrijheid die heeft geleid tot een samenleving waarin er een nieuwe balans tussen het collectieve en het individuele is ontstaan.

Tentoonstellingszaal met onder meer: Allan Jones, Chair, 1969. Coll. Tate.

Dat grote Europese verhaal hebben we uiteindelijk verbeeld door te laten zien hoe de Europese mens zichzelf in zijn naaktheid heeft bestudeerd, getekend, geschilderd, beschreven en gebeeldhouwd, gedurende zes eeuwen. Een tentoonstelling met 111 kunstwerken waarin de mens zichzelf in zijn aantrekkelijkheid, afstotelijkheid en vooral vleselijkheid heeft afgebeeld. 111 kunstwerken die samen de meest ambitieuze tentoonstelling vormden die we ooit maakten in Rijksmuseum Twenthe en die het verhaal vertellen van de bijzondere ontwikkelingsgeschiedenis van een Europese cultuur die leidde tot een westers wereldbeeld, met alle positieve en ook minder wenselijke kanten vandien.

Zes jaar na die inspirerende autorit naar Antwerpen schreef de inmiddels voormalige museumdirecteur Paul Huvenne een prachtig essay in het boek dat we bij de tentoonstelling uitbrachten. Een verhaal over het begin van de sceptische individu. En zo kwam alles bij elkaar in deze enigszins overmoedige tentoonstelling.

Arnoud Odding

NRC gaf deze tentoonstelling de hoogste waardering en sprak van “een ode aan de mens” en “indrukwekkende zalen vol intelligente verbanden”. Lees hier wat NRC schreef.